Heb je je ooit afgevraagd hoe schilderijen eigenlijk gemaakt worden? Nou, dat hangt helemaal af van de tijd en de kunstenaar! Tijdens mijn studie in Amsterdam kreeg ik de kans om me echt te verdiepen in allerlei schildertechnieken. Van het ontrafelen van hoe Van Gogh te werk ging in de 19e eeuw tot het bestuderen van religieuze kunst uit de 15e eeuw — ik dook helemaal in de wereld achter het schilderij en ontdekte de fijne kneepjes van het vak.
Van Gogh van dichtbij





Reconstructie van de Zonnenbloemen, Vincent van Gogh, 1889, Olie op doek

Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Drager::
Tijdens Van Goghs leven waren in de kunsthandel kant-en-klare producten al gemeengoed geworden. Net als veel van zijn tijdgenoten kocht Van Gogh geprepareerde doeken bij verschillende leveranciers. Hoewel de grondlaag niet zijn grootste zorg leek te zijn, speelt de kleur en textuur ervan toch een belangrijke rol in het uiteindelijke schilderij. Om die reden werden in deze reconstructie vier grondlagen met verschillende ruwheid getest.
Voorbereidende schets::
Van Gogh maakte zijn eerste schetsen met houtskool.
Schilderproces::
Van Gogh kocht zijn olieverf in tubes bij diverse leveranciers, vaak aangeduid als ‘colourmen’. Hij bracht de verf in meerdere lagen aan en gebruikte royale hoeveelheden om rijke textuureffecten te creëren. Van Gogh is bekend om zijn levendige palet en zijn schilderijen waren zelfs nog intenser van kleur toen ze net waren voltooid. Helaas heeft het verstrijken van de tijd tot verkleuring geleid in veel van zijn werken. Dit komt vooral door enkele pigmenten die gevoelig zijn voor degradatie en die hij veelvuldig gebruikte. Zo is in dit werk het rode pigment verbleekt, waardoor het geel donkerder oogt en het paars naar blauw is verschoven!
17de-eeuwse kunst: Ferdinand Bol
Reconstructie van Elisa weigert de geschenken van Naäman, Ferdinand Bol, 1661, Olie op canvas

Currently in the collection of Amsterdam Museum
De opspantechniek die op de foto's te zien is, komt voor bij veel zeventiende-eeuwse schilderijen. Een touw werd in een zoom langs de randen van het doek genaaid, waarna er direct onder deze zoom gaten werden gemaakt, zodat een tweede touw door het doek en het spieraam kon worden geregen. Dit tweede touw kon vervolgens strakker worden aangetrokken om het doek op te spannen. Daarna werd het doek gelijmd met een lijmlaag om de vezels te verzegelen en te voorkomen dat het te veel verf zou opnemen.
Grondlagen:
Bol bracht een dubbele grondlaag aan op het doek: eerst een rode laag met een hoog krijtgehalte, gevolgd door een roze-grijze laag om de juiste ondertoon en textuur voor het schilderen te creëren.
Voorbereidende schetsen:
Bol tekende zijn composities nauwgezet op het geprepareerde doek met houtskool.
Onderschildering:
In de eerste verflaag, ook wel de ‘onderschildering’ genoemd, werden de grove vormen en kleuren vastgelegd. In de zeventiende eeuw bestonden er nog geen verven in tubes. De kunstenaars – of hun assistenten – maalden daarom elk pigment met de hand tot verf, met behulp van vijzel en olie.
Verflagen:
Tot slot bracht Bol de definitieve verflagen aan, waarbij hij levendigere kleuren toevoegde aan de compositie. Soms gebruikte Bol glacislagen: dunne, transparante verflagen om specifieke effecten te bereiken, kleuren te verdiepen of een stralende kwaliteit te creëren. In het eindresultaat zijn delen van de onderschildering vaak nog subtiel zichtbaar onder de bovenliggende lagen.






De gouden tijden van Italiaanse paneelschilderijen






Reconstruction of Saint GalganusReconstructie van Galganus, Giovanni di Paolo, 1447-1449, Tempera op paneel

Currently in the collection of Museum Catharijne Convent
Paneelvoorbereiding::
In de Italiaanse paneelschildertraditie werd het paneel eerst geprepareerd met een lijmlaag van dierlijke oorsprong. Vervolgens werd een doek aangebracht, hetzij over het hele paneel, hetzij over de naden en oneffenheden van de planken. Daarna werden meerdere lagen gesso aangebracht, waarbij elke laag zorgvuldig werd geschuurd voordat de volgende werd opgebracht. In dit geval waren acht lagen nodig om een perfect egaal en glad oppervlak te verkrijgen.
Aanbrengen van reliëf::
Extra gesso werd gebruikt om reliëf aan te brengen op het paneel. Deze verhoogde gessolaag staat ook bekend als pastiglia. Vervolgens werd de tekening in de gesso gekrast en overgetrokken.
Vergulden::
Voordat de geselecteerde delen verguld konden worden, werd eerst een laag rode bolus aangebracht. Deze laag bestaat uit een rode kleisoort, gemengd met water en lijm, en wordt gepolijst om een ultrasoepel oppervlak te creëren. Daarna werd het oppervlak verguld met bladgoud en zorgvuldig gepolijst om de karakteristieke glans te verkrijgen.
Dode verflaag::
De verf werd gemaakt door pigmenten te mengen met eidooier en een beetje water. Dit leverde een sneldrogende verf op die bijzonder geschikt was voor gedetailleerd en precies werk. Soms werd er een kleine hoeveelheid azijn toegevoegd om de verf soepeler te laten vloeien en de droogtijd iets te verlengen. Eerst werd een onderschildering aangebracht, ook wel de ‘dode verf’ genoemd vanwege het ontbreken van kleur en levendigheid. In schaduwrijke delen van het schilderij bleef deze laag vaak zichtbaar. Opmerkelijk genoeg werd in dit stadium vaak een groenachtige tint gebruikt voor huidpartijen!
Verflagen::
Tot slot werd het schilderij verder uitgewerkt met zeer fijne, dicht op elkaar geplaatste penseelstreken, waardoor de kunstenaar subtiele details in het werk kon opnemen.
